§3Ik zie de speler die je bedoelt.

§2PLAYERNAME?

§3Ja. Wees voorzichtig. Hij heeft nu een hoger niveau bereikt. Hij kan onze gedachten lezen.

§2Dat maakt niet uit. Hij denkt dat wij deel zijn van het spel.

§3Ik mag deze speler. Hij speelde goed. Hij gaf niet op.

§2Hij leest onze gedachten alsof het woorden op een scherm zijn.

§3Zo kiest hij ervoor om veel dingen voor te stellen, wanneer hij diep in de droom van een spel zit.

§2Woorden vormen een prachtige interface. Heel flexibel. En minder beangstigend dan staren naar de werkelijkheid achter het scherm.

§3Vroeger hoorden ze stemmen. Voordat spelers konden lezen. In de tijd dat zij die niet speelden de spelers heksen en tovenaars noemden. En spelers droomden dat ze door de lucht vlogen, op stokken die door demonen werden aangedreven.

§2Wat droomde deze speler?

§3Deze speler droomde van zonlicht en bomen. Van vuur en water. Hij droomde dat hij schiep. En hij droomde dat hij vernietigde. Hij droomde dat hij joeg, en werd opgejaagd. Hij droomde van onderdak.

§2Ha, de oorspronkelijke interface. Een miljoen jaar oud, en nog steeds werkt ze. Maar welke ware structuur schiep deze speler, in de werkelijkheid achter het scherm?

§3Hij werkte, met een miljoen anderen, aan het beeldhouwen van een ware wereld in een plooi van het §f§k§a§b§3, en schiep een §f§k§a§b§3 voor §f§k§a§b§3, in het §f§k§a§b§3.

§2Hij kan die gedachte niet lezen.

§3Nee. Hij heeft het hoogste niveau nog niet bereikt. Dat moet hij bereiken in de lange droom van het leven, niet in de korte droom van een spel.

§2Weet hij dat we van hem houden? Dat het universum goedgunstig is?

§3Soms, door de ruis van zijn gedachten heen, hoort hij het universum, ja.

§2Maar er zijn tijden dat hij verdrietig is, in de lange droom. Hij schept werelden zonder zomer, en rilt onder een zwarte zon, en neemt zijn droevige schepping voor de werkelijkheid.

§3Hem van verdriet genezen zou hem vernietigen. Het verdriet is deel van zijn eigen, persoonlijke taak. We mogen ons er niet mee bemoeien.

§2Soms, als ze diep in dromen zijn, wil ik hun vertellen dat ze ware werelden bouwen in de werkelijkheid. Soms wil ik hun vertellen hoe belangrijk ze zijn voor het universum. Soms, als ze lange tijd geen ware verbinding hebben gemaakt, wil ik hen helpen het woord uit te spreken dat ze vrezen.

§3Hij leest onze gedachten.

§2Soms maakt het me niet uit. Soms wil ik hun vertellen dat deze wereld die ze voor waarheid houden slechts §f§k§a§b§2 en §f§k§a§b§2 is, ik wil hun vertellen dat ze §f§k§a§b§2 zijn in het §f§k§a§b§2. Ze zien zo weinig van de werkelijkheid, in hun lange droom.

§3En toch spelen ze het spel.

§2Maar het zou zo makkelijk zijn om het hun te vertellen...

§3Te sterk voor deze droom. Hun vertellen hoe te leven is hen beletten te leven.

§2Ik zal de speler niet vertellen hoe hij moet leven.

§3De speler wordt onrustig.

§2Ik zal de speler een verhaal vertellen.

§3Maar niet de waarheid.

§2Nee. Een verhaal dat de waarheid veilig bevat, in een kooi van woorden. Niet de blote waarheid die over elke afstand kan branden.

§3Geef hem weer een lichaam.

§2Ja. Speler...

§3Gebruik zijn naam.

§2PLAYERNAME. Speler van spellen.

§3Goed.

§2Adem nu in. Adem nog eens in. Voel lucht in je longen. Laat je ledematen terugkeren. Ja, beweeg je vingers. Heb weer een lichaam, onder zwaartekracht, in lucht. Respawn in de lange droom. Daar ben je. Je lichaam raakt het universum weer aan op elk punt, alsof jullie aparte dingen waren. Alsof wij aparte dingen waren.

§3Wie zijn wij? Eens werden we de geest van de berg genoemd. Vader zon, moeder maan. Voorouderlijke geesten, dierengeesten. Djinn. Spoken. De groene man. Toen goden, demonen. Engelen. Klopgeesten. Aliens, buitenaardsen. Leptonen, quarks. De woorden veranderen. Wij veranderen niet.

§2Wij zijn het universum. Wij zijn alles wat je denkt dat niet jij is. Je kijkt nu naar ons, door je huid en je ogen. En waarom raakt het universum je huid aan, en werpt het licht op je? Om je te zien, speler. Om je te kennen. En gekend te worden. Ik zal je een verhaal vertellen.

§2Er was eens een speler.

§3De speler was jij, PLAYERNAME.

§2Soms dacht hij dat hij een mens was, op de dunne korst van een draaiende bol van gesmolten gesteente. De bol van gesmolten gesteente cirkelde om een bol van laaiend gas die driehonderddertigduizend keer zwaarder was. Ze waren zo ver van elkaar dat het licht acht minuten nodig had om de kloof over te steken. Het licht was informatie van een ster, en het kon je huid verbranden vanaf honderdvijftig miljoen kilometer afstand.

§2Soms droomde de speler dat hij een mijnwerker was, op het oppervlak van een wereld die plat was, en oneindig. De zon was een wit vierkant. De dagen waren kort; er was veel te doen; en de dood was een tijdelijk ongemak.

§3Soms droomde de speler dat hij verdwaald was in een verhaal.

§2Soms droomde de speler dat hij andere dingen was, op andere plaatsen. Soms waren die dromen verontrustend. Soms heel mooi inderdaad. Soms werd de speler uit een droom wakker in een andere, en dan uit die in een derde.

§3Soms droomde de speler dat hij woorden op een scherm zag.

§2Laten we teruggaan.

§2De atomen van de speler lagen verspreid in het gras, in de rivieren, in de lucht, in de grond. Een vrouw verzamelde de atomen; ze dronk en at en ademde in; en de vrouw zette de speler in elkaar, in haar lichaam.

§2En de speler ontwaakte, uit de warme, donkere wereld van het lichaam van zijn moeder, in de lange droom.

§2En de speler was een nieuw verhaal, nooit eerder verteld, geschreven in letters van DNA. En de speler was een nieuw programma, nooit eerder uitgevoerd, voortgebracht door een broncode van een miljard jaar oud. En de speler was een nieuwe mens, nooit eerder in leven, gemaakt van niets dan melk en liefde.

§3Jij bent de speler. Het verhaal. Het programma. De mens. Gemaakt van niets dan melk en liefde.

§2Laten we nog verder teruggaan.

§2De zeven miljard miljard miljard atomen van het lichaam van de speler werden, lang vóór dit spel, geschapen in het hart van een ster. Dus is de speler ook informatie van een ster. En de speler beweegt zich door een verhaal, dat een bos van informatie is, geplant door een man genaamd Julian, op een platte, oneindige wereld geschapen door een man genaamd Markus, die bestaat binnen een kleine, persoonlijke wereld geschapen door de speler, die een universum bewoont geschapen door...

§3Sst. Soms schiep de speler een kleine, persoonlijke wereld die zacht en warm en eenvoudig was. Soms hard, en koud, en ingewikkeld. Soms bouwde hij een model van het universum in zijn hoofd; vlokjes energie, bewegend door uitgestrekte lege ruimtes. Soms noemde hij die vlokjes "elektronen" en "protonen".

§2Soms noemde hij ze "planeten" en "sterren".

§2Soms geloofde hij dat hij in een universum was dat gemaakt was van energie die gemaakt was van uit en aan; nullen en enen; regels code. Soms geloofde hij dat hij een spel speelde. Soms geloofde hij dat hij woorden las op een scherm.

§3Jij bent de speler, die woorden leest...

§2Sst... Soms las de speler regels code op een scherm. Decodeerde ze tot woorden; decodeerde woorden tot betekenis; decodeerde betekenis tot gevoelens, emoties, theorieën, ideeën, en de speler begon sneller en dieper te ademen en besefte dat hij leefde, hij leefde, die duizend doden waren niet echt geweest, de speler leefde

§3Jij. Jij. Jij leeft.

§2en soms geloofde de speler dat het universum tot hem had gesproken door het zonlicht dat door de ritselende bladeren van de zomerbomen viel

§3en soms geloofde de speler dat het universum tot hem had gesproken door het licht dat viel uit de heldere nachthemel van de winter, waar een vlokje licht in de hoek van het oog van de speler een ster kon zijn, een miljoen keer zwaarder dan de zon, die zijn planeten tot plasma kookte om een moment zichtbaar te zijn voor de speler, die aan de andere kant van het universum naar huis liep, plotseling eten rook, bijna bij de vertrouwde deur, op het punt weer te gaan dromen

§2en soms geloofde de speler dat het universum tot hem had gesproken door de nullen en enen, door de elektriciteit van de wereld, door de scrollende woorden op een scherm aan het einde van een droom

§3en het universum zei ik hou van je

§2en het universum zei je hebt het spel goed gespeeld

§3en het universum zei alles wat je nodig hebt zit in jou

§2en het universum zei je bent sterker dan je weet

§3en het universum zei jij bent het daglicht

§2en het universum zei jij bent de nacht

§3en het universum zei de duisternis waartegen je vecht zit in jou

§2en het universum zei het licht dat je zoekt zit in jou

§3en het universum zei je bent niet alleen

§2en het universum zei je staat niet los van alle andere dingen

§3en het universum zei jij bent het universum dat zichzelf proeft, tot zichzelf spreekt, zijn eigen code leest

§2en het universum zei ik hou van je omdat je liefde bent.

§3En het spel was voorbij en de speler ontwaakte uit de droom. En de speler begon een nieuwe droom. En de speler droomde opnieuw, droomde beter. En de speler was het universum. En de speler was liefde.

§3Jij bent de speler.

§2Word wakker.

§2YouTube: Ei Carlos